Loading...

Luctor et Emergo – Groninger bolschip

Luctor et Emergo, oorsprong en geschiedenis

Het Groninger Bolschip “Luctor et Emergo”, is een voormalig zeilend bedrijfsvaartuig uit 1909.

Het schip is als afgedankte en deels gesloopte woonboot in 1976 door de huidige eigenaar voor de sloopprijs aangekocht en, in de daarop volgende 10 jaar, zorgvuldig gerestaureerd tot een varend woonschip onder zeil. Het schip heeft inmiddels een vaste ligplaats in Rotterdam, een A-status, is daarmee een erkend varend erfgoed en van historische waarde voor Nederland.

Uit onderzoek in het Scheepskadaster is vastgesteld dat het schip destijds is gebouwd in 1909 door de bekende scheepswerf van Wijk in Veendam, Groningen. Veel schepen werden gebouwd voor rekening van de Centrale Suiker Maatschappij in Groningen (CSM) voor het vervoer van suikerbieten. Buiten het bietenseizoen werden de schepen gebruikt voor het vervoer van turf en lijnzaad. Daarvoor werden de schepen door veenkoloniale arbeiders, turfstekers, gepacht van de CSM. Sommige van deze arbeiders, die zich doorgaans hadden gehuisvest in plaggenhutten in het veengebied, lukte het om een schip te verwerven en voor eigen rekening te gaan varen. De plaggenhut werd dan verruild voor een simpele woning aan boord: de roef.

De laatst geregistreerde eigenaar, van de Luctor et Emergo, was Johannes Steernberg die er turf mee heeft vervoerd in de Groningse veengebieden. Schipper Steernberg en zijn vrouw kregen drie kinderen die aan boord werden geboren en gehuisvest. In het achteronder sliepen de schipper, zijn vrouw en de kleinste kinderen in de bedstee. Later werden de oudere kinderen, zoals destijds te doen gebruikelijk, gehuisvest onder het mastluik. Het behoeft weinig verbeeldingskracht om te beseffen dat het leven met een gezin aan boord geen luxe was. Het is bekend dat gezinnen op dit soort schepen in grote armoede leefden. Vermoedelijk wel beter dan een plaggenhut!

Groninger bolschepen zijn specifiek gebouwd voor het vervoer van turf, suikerbieten en soms lijnzaad, op de ondiepe kanalen in het Gronings en Drentse landschap. De mast, een simpel verstaagd rondhout, werd voornamelijk gebruikt om het schip te kunnen voorttrekken: jagen. Er werd een touw in de mast gehesen om schip op de kant te kunnen voorttrekken. Dat voorttrekken werd dan gedaan door een paard of door mensen. Schippers van “Bolschepen” hadden geen geld voor het huren van een paard. Het was dan ook doorgaans de vrouw en de oudere kinderen die het schip op de wal op het jaagpad, in het heem, trokken. Het heem is een riem die over de borst werd gedragen en achterlangs was bevestigd aan de jaaglijn waarmee het schip werd getrokken. Langs sommige binnenlandse kanalen kan men een jaagpad nog terugvinden.

Het zeilen gebeurde alleen als het schip was voorzien van een giek en de wind gunstig was. Meestal alleen een grootzeil. De ijzeren zijzwaarden, een typisch kenmerk voor dit type schip, werden gebruikt om het schip bij zijwaartse wind weerstand te bieden tegen het driften (afdrijven) en het op koers te kunnen houden in de smalle kanalen. Daarnaast werden de zwaarden effectief gebruikt om het schip te verankeren als het stil lag. De ijzeren zwaarden zijn inmiddels vervangen door grotere houten zwaarden om beter te kunnen zeilen.

De roef (de woning) was bij de eerste oplevering van de Luctor et Emergo, half zo lang als in de huidige staat. Bij de eerste restauratie is besloten om de roef te verlengen om het plaatsen van een voortstuwingsmotor mogelijk te maken en het gehele schip geschikt te maken voor permanente bewoning. Het is overigens bekend dat dit soort schepen vroeger ook werden gebouwd of omgebouwd met een verlengde roef om voor andere doeleinden dienst te doen.

Er zijn voorbeelden van schepen van deze omvang die werden gebouwd als drijvende winkel voor potten en pannen of als kermischeepje werd ingezet. In het laatste geval werd dan bijvoorbeeld een draaimolen vervoerd.

Dit schip is privé-eigendom en niet vrij toegankelijk.

Technische Informatie

Type

Type: Groninger Bolschip

Maten

Lengte x breedte: 19,85 x 4,10 meter

Werf

Werf: Wijk in Veendam

Laadvermogen

Laadvermogen: 57 ton

Bouwjaar

Bouwjaar: 1909

Motor

Motor: Mercedes OM 616 ca 65 PK